Hedd’ al wa gevoende?

De vraag ‘Hedd’al wa gevoende?’ vormt het uitgangspunt van een eerste initiatief rond ‘40 jaar stadsarcheologie’. De klemtoon ligt nu eens niet op het ontstaan en de ontwikkeling van de stad en het stedelijk randgebied, maar op objecten uit het Gentse bodemarchief die een speciaal verhaal vertellen. In de Zwarte Doos wordt die objecten getoond tot vrijdag 28 februari 2014.
Archeologen zijn geen kantoormensen. Zij houden van terreinwerk en vormen een reizend team naar alle uithoeken van de stad. Op al die plekken zijn er immers sporen van het verleden vast te stellen, die iets kunnen vertellen over het landschap, het wonen en het leven van de vroegere bewoners in het gebied aan de samenvloeiing van Leie en Schelde. Op elk van die plaatsen worden contacten gelegd: met de buren, met de mensen die er langs komen voor hun werk of tijdens een boodschappentocht, met bezoekers van heinde en ver. Vooral in het stadscentrum zijn dit vele honderden bezoekers per dag, toeristisch te vergelijken met de toeloop naar het Gravensteen en Lam Gods. Door hun werk is het archeologische team een bevoorrechte ambassadeur voor Gent. Ver boven alles in de hitparade van de meest gestelde vragen staat: Hedd’al wa gevoende? Die vraag vormt het uitgangspunt van een eerste initiatief rond ‘40 jaar stadsarcheologie’. De klemtoon ligt nu eens niet op het ontstaan en de ontwikkeling van de stad en het stedelijk randgebied, maar op objecten uit het Gentse bodemarchief die een speciaal verhaal vertellen.

Zo begon het…..
Op 23 november 1973 kreeg archeoloog Joan Vandenhoute (1951-1981) van de Stad Gent de opdracht om opgravingen in de oostelijke buitentuin van de Sint-Pietersabdij op gang te trekken. Met een snel samengesteld team van diverse origine en opleiding werden in Gent de eerste systematische wetenschappelijke onderbouwde opgravingen gerealiseerd. De bevindingen brachten niet alleen de geschiedenis van de Blandijnberg en de ontwikkeling van de Sint-Pietersabdij aan het licht. Via de betekenis van die abdij, in oorsprong een 7de-eeuwse stichting door missionaris Amandus, werden de archeologen geconfronteerd met het onderzoek en de diverse theorieën over het ontstaan en de groei van de middeleeuwse stad in het samenvloeiingsgebied van Leie en Schelde. Maar er was meer, het vondstengoed uit de opgravingen was toen in Vlaanderen grotendeels onbekend. De studie van de fragmentarische objecten, over een periode van de Romeinse tijd tot de late 18de eeuw, legde de basis voor heel wat kennis over gebruiksgoed, consumptie, import en handelscontacten.

Een stadsdienst
De betekenis van de opgravingen in de Sint-Pietersabdij voor Gent leidde op
1 juni 1975 tot de oprichting van de Dienst Archeologie en Historische Monumenten (DAHM). Als hoofdopdracht kregen de archeologen onder leiding van stadsarcheoloog Joan Vandenhoute de opdracht om archeologisch onderzoek uit te voeren op historisch interessante plekken in Gent. Als nevenopdracht kreeg de dienst het beheer over enkele historische monumenten toegewezen en werd archeologie een onderdeel van de cultuursector. Het was de eerste stadsarcheologische dienst in België.

Graven naar Gents verleden
Met die titel opende op 10 december 1986 een tentoonstelling in de Sint-Pietersabdij. Via tekst, beeld en objecten kreeg het publiek een overzicht van alle ouder archeologisch onderzoek in Gent: de activiteiten van de verzamelaars en oudheidkundigen vanaf de 16de eeuw, de waarnemingen van de oudheidkundigen in de late 19de en het begin van de 20ste eeuw, het Gentse kerkenonderzoek van
Prof. Dr. Firmin De Smidt (1904-1983), de opgravingen in Destelbergen-Eenbeekeinde met een link naar het ontstaan van Gent door de Universiteit Gent onder leiding van Prof. Dr. Sigfrid-Jean De Laet (1914-1999), en projecten van Adelbert Van de Walle (1920-2006) in Gentse monumenten. De tentoonstelling eindigde met een blik op de toekomst: hoe in Gent een stadsarcheologische werking op touw zetten zoals dit al in Nederlandse, Frans en Engelse historische steden gebeurde.

Een vriendenkring
Een debat in het kader van Graven naar Gents verleden bracht een grote groep in Gent geïnteresseerden samen. Een van de besluiten leidde tot de oprichting van een vriendenkring. In mei 1977 werd de Gentse Vereniging voor Stadsarcheologie (GVSA) opgericht. Bijna vier decennia al zorgt die vereniging, onlangs herdoopt als Gentse Vereniging voor Stad, Archeologie, Landschap, Monument (GVSALM) voor een zeer uitgebreide ondersteuning. Baanbrekend was de uitgave van het tijdschrift Stadsarcheologie met bijdragen over bodem en monument in Gent, opgevolgd door de boekenreeks Archeologisch onderzoek in Gent. Tot de activiteiten die samen met de vereniging worden georganiseerd horen de jaarlijkse Raveschotlezing, tweemaal per jaar een Kruiwagen-avond, thematochten, werfbezoeken, voordrachten en gelegenheidsuitgaven.

Integratie in bouwprojecten
In 1978 nam de Stad Gent een beslissing om bij restauratie- en renovatiewerken aan gemeentelijke eigendommen, naast het bouwhistorische luik, archeologisch onderzoek in de projecten te integreren. Zo ontstond een drieledige aanpak die lange tijd werd toegepast: een archeologische verkenning voor de start van de bouwwerken, bijkomend onderzoek tijdens de bouwwerkzaamheden zelf en het meenemen van archeologische bevindingen bij de realisatie van het project. Tot de eerste sites die op die manier werden onderzocht, behoren het Toreken op de Vrijdagmarkt, het Hof van Ryhove aan de Onderstraat, het klooster van de geschoeide karmelieten en het Gravensteen.

Bodem en monument
Van bij het ontstaan van de dienst behandelen de stadsarcheologen ook bovengronds bewaard archeologisch patrimonium. Als gevolg van een eigenlijk absurde opsplitsing in het begin van de 20ste eeuw blijft deze combinatie nog steeds zeldzaam. Hoewel bouwarcheologie minder goed vertegenwoordigd is dan opgravingen, blijven de archeologen waakzaam om de lectuur van de sporen niet te verengen tot wat door toevallige omstandigheden enkel in de bodem wordt aangetroffen.
De grotere betrokkenheid van de archeologen bij restauratiewerken van monumenten leidde tot de naamswijziging op 1 januari 1978 in Dienst Monumentenzorg en Stadsarcheologie (DMSA), vanaf 23 maart 1993 terug opgesplitst in de diensten Stadsarcheologie (DA) en Monumentenzorg (DM).

Het Gravensteen
Met de viering van 800 jaar Gravensteen in 1980 leerden de stadsarcheologen de grafelijke burcht kennen. De restauratiefasen die elkaar sindsdien opvolgden, werden telkens gecombineerd met de drieledige archeologische aanpak. Belangrijk waren ook de onderzoeksprojecten rond het Sint-Veerleplein, op de plaats van het vroegere voorhof, de Sint-Veerlekerk, het kerkhof van Sint-Veerle en het Wenemaergodshuis. De verzamelde kennis en het brede Noordwest-Europese perspectief voor deze burcht, maar ook voor de andere Gentse kasteelsites, waren mogelijk dankzij het Europese samenwerkingsverband Château Gaillard. Via deze weg kent ook de kennis over Gent een ruime verspreiding.

Hogeweg
Met luchtfotografische prospecties van Jacques Semey in samenwerking met de Vakgroep Archeologie en de Universiteit Gent werd de site Hogeweg ontdekt. De opgravingen in de jaren 1980 brachten al twee grote grafmonumenten uit de bronstijd aan het licht. De grootschalige opgravingen in 2010 vervolledigden de geschiedenis van de site. De maïsvelden en weiden van de Hogeweg waren vooral ook belangrijk omdat ze aantoonden hoeveel onbekend archeologisch patrimonium, zeker uit prestedelijke tijden, in die onbebouwde zones nog aanwezig is en waarom archeologisch onderzoek voorafgaand aan bouwprojecten nodig is.

Wat ’n leven binnen die muren!
Met die titel realiseerden de stadsarcheologen eind 1986 een publicatie en een tentoonstelling in de Sint-Pietersabdij. De focus lag op wat stadsarcheologie in Gent de voorbije tien jaar had aangeleverd aan nieuwe kennis over de middeleeuwse stad, voornamelijk in de periode tussen 1100 en 1350. Opnieuw eindigden deze initiatieven met een blik op de toekomst: welk antwoord kan een historische stad bieden op de ‘erosie’ van de nog aanwezige archeologische rijkdom als die bedreigd wordt door allerhande bouwwerkzaamheden. De ervaring vanaf 1978 en de samenwerking met gemeentelijke diensten in het buitenland gaven aan dat archeologisch onderzoek alleen efficiënt kan worden georganiseerd als dit gekoppeld wordt met de beleidsinstrumenten van stedenbouw en ruimtelijke ontwikkeling.

De Bijloke
Voor de stadsarcheologen begon het onderzoek in de Bijlokesite in 1986 met de eerste plannen voor de renovatie van de 13de-eeuwse ziekenzaal. Bij elke fase werden opgravingen en muurarcheologie in de werkzaamheden geïntegreerd. De samenwerking met een schare partners leidde steeds tot een consensus zonder vertraging voor alle bouwprojecten, met aanvaardbare financieringen en voor alles tot kennis en ervaring als basis voor een zeer kwalitatieve herwaardering. In 2011 kreeg Gent de Vlaamse Monumentenprijs voor de herwaardering van de Bijlokesite.

Middeleeuwse Stenen
De grote projecten in de binnenstad zijn het meest zichtbaar. Maar ook tientallen kleinere projecten, waarnemingen en prospecties dragen bij tot een betere kennis van Gent. Zo kwam een eerste inventaris tot stand van middeleeuwse stenen huizen, hoofdzakelijk uit de latere 12de en de 13de eeuw. De inventaris ging vergezeld van een studie over deze woonvorm en hun eigenaars, de machtige lakenkooplui met handelsactiviteiten over geheel Europa. Dit Stenenonderzoek werd in 1989 bekroond met de prijs van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België.

In 1993 een eerste decreet
Op 30 juni 1993 kreeg het Vlaamse gewest – archeologie was door de staatshervorming inmiddels regionale materie geworden – voor het eerst een decreet ‘houdende de bescherming van het archeologisch patrimonium’: twintig jaar dus nadat Gent als stad archeologische verantwoordelijkheid had opgenomen en een gemeentelijke werking had ontplooid.

Huizenonderzoek
Archeologisch onderzoek reikt gegevens aan over particuliere huizenbouw en de wijze waarop bewoners over de eeuwen heen in Gent hebben geleefd. Om de betekenis van de materiële resten beter te vatten, wordt een beroep gedaan op gegevens uit geschreven bronnen en beeldmateriaal (kaarten, iconografische bronnen). Bij de eerste zoektocht naar gegevens voor bouwblokken aan de Hoogpoort, de Gouvernementstraat en de Onderstraat, waren de resultaten niet bevredigend. Het onderzoek aan de Schepenhuisstraat bracht een doorbraak.

Zo bleken vooral kadastrale en fiscale bronnen essentieel om tot goede resultaten te komen. De samenwerking van de stadsarcheologen met archivaris Leen Charles en historicus Daniel Lievois leidde tot de zogenoemde Gentse methode van huizenonderzoek. Thans is het mogelijk om op een vrij eenvoudige manier de ontwikkeling van een pand met de opeenvolgende eigenaars en bewoners te reconstrueren vanaf 1672 tot nu. Met de topografische, historische en bouwkundige inbreng van de archeologen kan men in veel gevallen teruggaan tot het eind van de 13de of de 14de eeuw. Een eerste handboek verscheen in 1994. Een tweede publicatie met als titel ‘Erf, huis en mens’ volgde in 2001.

Prinsenhof
In 2000 verscheen bij de GVSA het boek ‘Het prinselijk Hof ten Walle Gent’, een samenvatting van alle kennis over het Prinsenhof, voorheen het Hof ten Walle. De vondst van een ongekend plan uit 1649 in de Archives Départementales in Lille (Noord-Frankrijk) leidde tot een precieze lokalisatie van de diverse componenten van de vroegere adellijke site. Talrijke archeologische waarnemingen ondersteunden de resultaten. Het voorstel om het geheel toen als monument, stadsgezicht en archeologische site te beschermen, kende geen gevolg. In 2011 kende het project van 2000 een nieuwe heropleving toen bij bouwwerkzaamheden de imposante resten van het poortgebouw zichtbaar werden.

Sint-Pietersplein
De plannen voor de aanleg van een ondergrondse parkeergarage waren de aanleiding voor grootschalige opgravingen op het Sint-Pietersplein. Het eerste advies dateert van 1997. De opgravingen startten op 31 juli 2002, lang voor het concept en definitief ontwerp waren afgerond, lang ook voor de stedenbouwkundige vergunning. Gedurende eenentwintig maanden werd er 5389 m³ bodemarchief onderzocht en 3086 sporen geregistreerd. In 2006 volgde dan de zone bij de Onze-Lieve-Vrouw Sint-Pieterskerk met nog eens 1000 m³ en 159 sporen.

In Gent waren dit tot nog toe de grootste geprogrammeerde opgravingen. Totaal onverwacht waren de relicten van de middeleeuwse abdijkerk met een uitgestrekt atrium en een grafveld uit de 10de-12de eeuw. Tussen de vele antropomorfe stenen graven bevond zich de laatste rustplaats van Vulferus, herkenbaar aan een steentje voorzien van zijn overlijdensdatum in 1013. Die uitzonderlijke vondst werd een symbool van het Gentse archeologische stadsonderzoek. De databank van het archeologische depot in De Zwarte Doos is naar hem genoemd.

Projectarcheologie
Elk jaar verdwijnt er ontzettend veel archeologisch patrimonium door bouwwerkzaamheden. Welk antwoord kan de archeologie geven op die honger naar vernieuwing? Wie draagt de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de vernietiging of voor onderzoek voorafgaand aan de vernietiging? Geheel conform de voorschriften van het Europese Verdrag van Malta (1992) dragen steeds meer private initiatiefnemers en bouwpartners bij tot de archeologische terreininterventies. Het eerste Gentse voorbeeld waarbij de private sector mee investeerde in preventief archeologisch onderzoek, vond plaats in het klooster van de geschoeide karmelieten en stamt uit 1999. Een ander voorbeeld van 1999 is de Vismijnsite aan het Sint-Veerleplein.

KoBra
Bij de KoBra-projecten die de herinrichting van de Gentse centrumpleinen Korenmarkt en Emile Braunplein, en hun onmiddellijke omgeving, tot doel hadden, werd het archeologisch onderzoek in de verschillende fasen, vanaf 1999 tot 2013, geïntegreerd. Het ging telkens om vlakdekkende opgravingen. Naast enkele premiddeleeuwse sporen toonden de opgravingen de hele ontwikkeling van het stadscentrum vanaf de 10de eeuw. De oude landweg, voorheen herkenbaar in het tracé van de Donkersteeg en Korte Ridderstraat, vormde de ruggengraat van die stadsontplooiing. De resultaten waren totaal nieuw voor de kennis van de stad.

Oorlogsbronnen
De oudste materiële bronnen die in Gent aan het licht komen, zijn silexwerktuigen uit het Paleolithicum of de oude steentijd, zowat 55000 jaar voor onze tijdrekening. Vanuit dat perspectief vormen de 20ste-eeuwse wereldoorlogen een zeer recent item. De materiële relicten die aan dit oorlogsgebeuren herinneren, staan echter ook bloot aan sterke erosie. In 2003 werden alle archeologen binnen het Vlaamse Gewest gevraagd ook voor die getuigen van het verleden aandacht te hebben. Voor de Gentse stadsarcheologen zijn die relicten geen prioriteit, maar ze worden wel meegenomen in het terreinonderzoek, geregistreerd en bestudeerd. Vanaf 2007 worden alle materiële sporen die hiermee verband houden ook in een afzonderlijke inventaris bijgehouden.

De Zwarte Doos
Sinds 13 mei 2005 zijn Stadsarcheologie en Stadsarchief samen gehuisvest in De Zwarte Doos aan de Dulle-Grietlaan in Gentbrugge. Met de gegevens uit zowel de geschreven documenten en de iconografische bronnen, als de resultaten van archeologisch onderzoek bouwen ze aan het historisch kenniscentrum van de Stad Gent. Met de aanstelling van een depotarcheoloog in 2008 werd het ook mogelijk de ‘ex situ’ conservering van archeologische gegevens, beeldmateriaal, vondsten en bulkmonsters op een professionele manier te organiseren en voor de toekomst te bewaren. De Vulferusdatabank, ontwikkeld met Digipolis, is daarbij een essentieel werkinstrument. Op 1 januari 2012 werden beide stedelijke instellingen samengevoegd tot de Dienst Stadsarcheologie en Stadsarchief.

The Loop
Het project The Loop omvat een grootschalige herontwikkeling over een terrein van 145 ha rond de Flanders Expohallen in Sint-Denijs-Westrem. De
MER-verplichtingen schrijven voor elk project voorafgaandelijk archeologisch onderzoek voor. In juni 2007 vonden de eerste opgravingen plaats. Sindsdien volgen elk jaar verschillende fasen, die door de private sector voor zeer verschillende bouwinitiatieven worden uitgevoerd. Dankzij een goede planning worden de opgravingen afgewerkt voor de start van de bouwwerkzaamheden. De eerste projectarcheoloog probeert de coördinatie van alle opgravingen binnen een overzichtelijke context te evalueren zodat het archeologisch onderzoek ook blijvend betekenis heeft. Op die manier heeft men nu een kijk op de menselijke aanwezigheid vanaf het Finaal Neolithicum tot de 20ste eeuw. Heel wat aspecten zijn uniek voor Vlaanderen.

Walsites
De studie van de geschilderde kaart van Jacques Horenbault uit 1619, samen met het Stadsarchief, was de aanleiding om te starten met een inventaris van walsites in Gent. Bij de publicatie in 2008 waren er 65 walsites geïnventariseerd en gelokaliseerd. De meeste zijn niet meer in het stadsbeeld of het landschap rond Gent herkenbaar, wat maakt dat de inventaris en studie vooral een beheerdocument zijn die een basis bieden bij advies voor toekomstige bouwprojecten. Tevens geeft dit werk een inzicht in een tot dan toe nauwelijks gekend verleden van Gent en van de onmiddellijke omgeving rond de stad.

Deelgemeenten
Hoewel heel wat archeologisch onderzoek plaats vond in Drongen, Sint-Denijs-Westrem en Sint-Amandsberg, zijn de vroegere rand- of huidige deelgemeenten ondervertegenwoordigd in de balans van veertig jaar Stadsarcheologie. In oppervlakte waren ze er in het begin niet bij en bij het organiseren van de Gentse stadsarcheologie lag de klemtoon logischerwijze ook op stadskernonderzoek. Toch kan men stad en randgebied niet van elkaar scheiden en vormen beide elkaars complement in een gebiedsontwikkeling. Om in de toekomst beter gewapend te zijn voor de zones buiten de vroegere stadsomwalling werd Sint-Kruis-Winkel als een case studie uitgekozen. Samen met een hele reeks partners wordt er al enkele jaren gewerkt aan een samenvattende kijk op de geschiedenis van dit Gentse deelgebied om zo over een goede basis te beschikken voor verder beheer.

Blauwdruk voor de toekomst
Verspreid over het grondgebied van elke gemeente ligt nog ontzettend veel archeologisch erfgoed dat in grote mate onbekend is en dat bedreigd is met vernietiging wanneer allerhande bouwwerkzaamheden worden gepland. Het gaat om het collectieve verleden van de eigen leefgemeenschap en daarom is het ook logisch dat een gemeente zelf archeologische verantwoordelijkheid opneemt. De gemeentelijke archeologen kennen het best het eigen onderzoeksgebied, beschikken over een uitstekende expertise en weten hoe de afwikkeling van archeologisch onderzoek het best in een bouwproces kan worden geïntegreerd, als behoud in situ niet evident of niet mogelijk is.
Een goed archeologisch management vraagt een beleidsinstrumentarium dat afgestemd is op stedenbouw, ruimtelijke planning en bouwprocedures met een tijdig ingepland onderzoek indien dit vanuit een degelijk onderbouwde historische vraagstelling, door de betekenis van de plek en door de aard van de bedreiging, nodig blijkt.

De Gentse ervaring pleit voor een gezamenlijk voortbestaan van beheer, onderzoek, uitwerking, kennisopbouw, archief en depot, evenals communicatie binnen eenzelfde, duidelijk herkenbare instelling. Die combinatie garandeert de best verantwoorde aanpak. Kennisopbouw over het hele onderzoeksveld Gent is trouwens alleen mogelijk met een goede coördinatie op gemeentelijk niveau. De resultaten van het archeologisch management sinds 1973 mogen er echter zijn en getuigen van een onovertroffen kennisverrijking over de ontwikkeling en de betekenis van Gent: door het heden wordt het verleden toekomst…

Praktisch
De tentoonstelling van de objecten rond 40 jaar stadsarcheologie in Gent loopt van donderdag 28 november 2013 tot vrijdag 28 februari 2014 in De Zwarte Doos, maandag van 8.30 tot 18 uur en van dinsdag tot donderdag telkens van 8.30 tot 16 uur, gesloten van woensdag 25 december 2013 tot zondag 5 januari 2014.

Informatie
Stad Gent, De Zwarte Doos, Stadsarcheologie, Dulle-Grietlaan 12, B-9050 Gentbrugge, tel. 09/266.57.60, fax 09/266.57.87, e-mail stadsarcheologie@gent.be.

Bron: UiTinVlaanderen.be

Lees alles

Informatie

De Zwarte Doos - Dienst Stadsarcheologie en Stadsarchief Stad Gent
Dulle-Grietlaan 12
9050  Gentbrugge
Bekijk kaartje Locatie
Plan je route met de routeplanner van De Lijn
Ontleen een Blue-bike fiets aan het station van Gent Sint-Pieters of Gent Dampoort
Wanneer
Deze activiteit is afgelopen
Originele datum:

tot

Open op:

  • Maandag - donderdag
Prijs
gratis
Dit overzicht loopt van 28 november 2013 tot 28 februari 2014 in De Zwarte Doos, maandag van 8.30 tot 18 uur en van dinsdag tot donderdag telkens van 8.30 tot 16 uur.
Organisatie
De Zwarte Doos - Dienst Stadsarcheologie en Stadsarchief Stad Gent
Contact
+32 9 2665760
Trefwoorden

Foto's

Hedd’ al wa gevoende? ©Dienst Stadsarcheologie en Stadsarchief Stad Gent©Dienst Stadsarcheologie en Stadsarchief Stad Gent